Media

Nieuws

dinsdag 20 september 2016: jouw cd toch niet van mij?

Een algehele gemeenschap van goederen wordt tegenwoordig niet meer wenselijk geacht. Door initiatiefnemers Berndsen-Jansen, Recourt en Van Oosten is daarom op 11 juli 2014 wetsvoorstel 33987 ingediend. Het wetsvoorstel heeft tot doel het huwelijksvermogensrecht te moderniseren waarbij een beperkte gemeenschap van goederen als basisstelsel voor het huwelijksvermogensrecht wordt ingevoerd.

 

In dit wetsvoorstel is een wijziging van artikel 61 Faillissementswet opgenomen. Dit artikel ziet op de situatie dat de huwelijkse gemeenschap in staat van faillissement verkeert en hoe moet worden omgegaan met mogelijk daartoe behorende goederen.

 

Indien één van de echtgenoten in staat van faillissement wordt verklaard heeft dat immers gevolgen voor de hele huwelijkse gemeenschap. Artikel 63 Faillissementswet bepaalt dat het faillissement van een “in enige gemeenschap van goederen” gehuwde echtgenoot of geregistreerde partner, als het faillissement van die gemeenschap wordt behandeld. Let wel: gehuwd zijn onder voorwaarden betekent níet automatisch dat er geen sprake kan zijn van enige gemeenschap van goederen. Vaak zal bijvoorbeeld sprake zijn van gedeelde eigendom van een woning.

 

Op grond van het huidige artikel 61 lid 1 Faillissementswet komt aan de niet-failliete echtgenoot het recht toe om alle goederen die hem persoonlijk toebehoren en niet in de gemeenschap vallen, terug te nemen.

 

Een voorwaarde voor dit terugneemrecht is dat de niet-failliete echtgenoot aan de hand van een administratie dient te bewijzen dat goederen op het moment dat deze werden aangeschaft, met meer dan 50% eigen middelen zijn gefinancierd. Zolang de echtgenoot (of geregistreerde partner) hier niet in slaagt, wat uit de rechtspraak over het terugneemrecht vaak blijkt, kan de curator van de gefailleerde echtgenoot goederen beschouwen als behorend tot de failliete boedel.

 

Indien wetsvoorstel 33987 wet wordt, wordt de bewijslast van het terugneemrecht versoepeld en zou het voor de niet-failliete echtgenoot gemakkelijker moeten worden om te voorkomen dat privévermogen door de curator van de failliete echtgenoot wordt opgeëist.

 

Inmiddels wordt de nodige kritiek geleverd op het wetsvoorstel. Het zou symboolwetgeving betreffen, sympathiek bedoeld, maar praktisch niet uitvoerbaar. Want ook onder de nieuwe wetgeving zal uit een administratie moeten blijken welke goederen eigendom zijn van de niet-failliete echtgenoot en niet op grond van artikel 63 Faillissementswet, tot de failliete huwelijkse gemeenschap behoren.

 

Zowel onder de huidige als de nieuwe wetgeving blijft dit lastige materie. Smink Advocaten B.V. beschikt over specialistische kennis over dit onderwerp. U kunt contact met ons opnemen via 033-489 22 90 of info@smink-advocaten.nl.